Een slim huis klinkt voor sommige mensen nog steeds een beetje als toekomstmuziek. Lampen die vanzelf aangaan, verwarming die weet wanneer je thuis bent en een melding op je telefoon als de wasmachine klaar is. Maar eigenlijk is een slim huis helemaal niet zo ingewikkeld.
Je hoeft geen programmeur te zijn, je hoeft niet meteen je hele huis te verbouwen en je hoeft ook geen duizenden euro’s uit te geven. Je kunt letterlijk beginnen met één slimme lamp. En voor je het weet denk je:
"Waarom deed ik dit eigenlijk altijd met de hand?"
Wat is een slim huis eigenlijk?
Een slim huis bestaat uit apparaten die met elkaar kunnen communiceren. Denk bijvoorbeeld aan:
- slimme lampen;
- thermostaten;
- bewegingssensoren;
- slimme stekkers;
- deur- en raamsensoren;
- rookmelders;
- zonnepanelen;
- slimme energiemeters;
- camera’s;
- elektrische gordijnen;
- ventilatie;
- speakers;
- robotstofzuigers.
Op zichzelf zijn veel van deze apparaten al handig. Het wordt pas echt interessant wanneer je ze met elkaar laat samenwerken. Een bewegingssensor kan bijvoorbeeld niet alleen een lamp inschakelen, maar ook kijken hoe laat het is.
Overdag gebeurt er niets. ’s Avonds gaat de lamp aan. ’s Nachts gaat dezelfde lamp misschien maar op 10% sterkte aan, zodat je niet meteen klaarwakker bent.
Dat is eigenlijk de kern van een slim huis:
je huis reageert automatisch op wat er gebeurt.
Waarom zou je überhaupt een slim huis willen?
De belangrijkste reden is eigenlijk heel simpel:
gemak.
Je haalt tientallen kleine handelingen uit je dagelijkse routine. Dat klinkt misschien niet spectaculair, totdat je ermee gaat werken. Je hoeft bijvoorbeeld niet meer iedere avond door het huis te lopen om lampen uit te zetten.
Je hoeft niet te controleren of de verwarming lager staat. Je hoeft niet te kijken of de wasmachine klaar is. Je hoeft niet iedere dag dezelfde apparaten aan en uit te zetten.
Je huis kan dat zelf doen.
Een simpel voorbeeld
Stel dat je ’s avonds naar bed gaat. Normaal gesproken:
- beneden lampen uit;
- televisie uit;
- gordijnen dicht;
- thermostaat lager;
- controleren of de achterdeur dicht zit;
- eventueel nog een stekker uitschakelen.
Met een slim huis druk je bijvoorbeeld één keer op:
"Welterusten"
Daarna kan automatisch gebeuren:
Alle verlichting gaat uit, behalve het nachtlampje in de gang. De thermostaat gaat naar 17 graden. Apparaten die ’s nachts niet nodig zijn worden uitgeschakeld. Je krijgt een waarschuwing als een deur nog openstaat.
Nog mooier: je hoeft uiteindelijk misschien niet eens meer op die knop te drukken. Het huis kan zelf herkennen dat iedereen naar bed is.
Een slim huis kan energie besparen
Slimme apparaten zijn natuurlijk geen wondermiddel waardoor je energierekening ineens halveert. Maar automatisering kan wel verspilling voorkomen. Bijvoorbeeld:
- Verwarming: als niemand thuis is, kan de temperatuur automatisch omlaag.
- Verlichting: lampen kunnen automatisch uitschakelen wanneer een kamer langere tijd leeg is.
- Stand-byverbruik: apparaten kunnen ’s nachts volledig worden uitgeschakeld.
- Zonnepanelen: je kunt apparaten juist inschakelen wanneer je veel zonne-energie produceert, bijvoorbeeld een wasmachine, boiler of elektrische auto.
- Ventilatie: ventilatie kan harder gaan draaien wanneer de luchtvochtigheid stijgt tijdens het douchen.
Het interessante is dat je hierdoor niet voortdurend zelf hoeft na te denken over energie besparen. Je huis doet het voor je.
Je krijgt ineens inzicht in je huis
Een van de leukste dingen van een slim huis is dat je dingen gaat zien die normaal gesproken onzichtbaar blijven. Hoeveel stroom gebruikt je koelkast eigenlijk? Hoeveel stroom produceerden je zonnepanelen vandaag?
Hoe warm wordt de slaapkamer gedurende de nacht? Hoe hoog wordt de luchtvochtigheid tijdens het douchen? Hoeveel energie gebruikt je huis terwijl je slaapt?
Met een paar sensoren kun je dit allemaal zichtbaar maken. En zodra je iets kunt meten, kun je het vaak ook verbeteren.
Een slim huis kan ook veiliger zijn
Automatisering kan daarnaast helpen met veiligheid. Bijvoorbeeld:
- een melding wanneer een deur onverwacht wordt geopend;
- verlichting automatisch inschakelen bij beweging;
- rookmelders die een melding naar je telefoon sturen;
- waterleksensoren onder de wasmachine;
- automatisch verlichting inschakelen wanneer je thuiskomt;
- simuleren dat iemand thuis is tijdens vakantie.
Een simpele watersensor van een paar tientjes kan bijvoorbeeld voorkomen dat een lekkende wasmachine urenlang onopgemerkt blijft. Dat is misschien niet zo spannend als gekleurde slimme lampen, maar waarschijnlijk wel een stuk nuttiger.
Welke systemen bestaan er?
Er zijn inmiddels behoorlijk veel systemen waarmee je een slim huis kunt bouwen. Ze verschillen vooral in eenvoud, mogelijkheden en hoeveel vrijheid je krijgt.
Google Home
Google Home is vooral gericht op eenvoud. Je kunt lampen, speakers, thermostaten en andere apparaten koppelen en bedienen vanuit één app. Ook spraakbediening is een belangrijk onderdeel.
Je kunt bijvoorbeeld zeggen:
"Hey Google, doe de lampen in de woonkamer uit."
Voor beginners is het makkelijk om mee te starten. Het nadeel is dat ingewikkelde automatiseringen soms beperkt zijn.
Apple Home
Gebruik je veel Apple-apparaten? Dan is Apple Home interessant. Je kunt apparaten bedienen vanaf bijvoorbeeld:
- iPhone;
- iPad;
- Apple Watch;
- HomePod.
Apple legt relatief veel nadruk op privacy en eenvoudige bediening. Ook hier geldt dat de mogelijkheden prima zijn voor een normaal slim huis, maar dat echte hobbyisten vaak uiteindelijk meer willen.
Amazon Alexa
Alexa werkt vergelijkbaar met Google Home. Het systeem is sterk gericht op spraakbediening en heeft ondersteuning voor enorm veel slimme apparaten. In Nederland wordt het iets minder gebruikt dan bijvoorbeeld Google Home, maar technisch gezien kan er ontzettend veel mee.
Samsung SmartThings
SmartThings is het smart-homeplatform van Samsung. Het ondersteunt veel verschillende soorten apparaten en kan automatiseringen uitvoeren. Voor iemand die vooral Samsung-apparatuur gebruikt kan het een logische keuze zijn.
Homey
Homey is een populair systeem waarbij verschillende merken en technieken samenkomen. Je koopt een centrale Homey en koppelt daar apparaten aan. Een groot voordeel is dat Homey relatief gebruiksvriendelijk is, terwijl je toch behoorlijk uitgebreide automatiseringen kunt maken.
Je hoeft daarbij niet veel technische kennis te hebben.
En dan is er Home Assistant
Voor mensen die uiteindelijk maximale vrijheid willen, is er Home Assistant. Home Assistant is een open platform waarmee je apparaten van enorm veel verschillende merken kunt combineren. In plaats van:
"Mijn Philips-lampen werken alleen in de Philips-app."
en:
"Mijn thermostaat zit in weer een andere app."
kun je alles samenbrengen in één systeem. Bijvoorbeeld:
De bewegingssensor van merk A ziet beweging. Home Assistant kijkt naar de lichtsensor van merk B. Als het donker genoeg is schakelt hij lamp C in. Maar alleen als iemand thuis is. En na 23:00 uur gaat de lamp niet naar 100%, maar naar 20%.
Dat klinkt ingewikkelder dan het in de praktijk hoeft te zijn. Je kunt tegenwoordig heel veel gewoon met menu’s instellen. Het leuke van Home Assistant is vooral dat je klein kunt beginnen en later bijna onbeperkt kunt uitbreiden.
Moet je meteen Home Assistant gebruiken?
Nee. Sterker nog: voor sommige mensen is dat helemaal niet nodig. Wil je alleen drie lampen bedienen en een slimme thermostaat gebruiken?
Dan kan Google Home, Apple Home of Homey prima voldoende zijn. Maar vind je automatisering leuk en wil je uiteindelijk dat verschillende apparaten echt samenwerken? Dan is Home Assistant absoluut het bekijken waard.
Het grote voordeel:
je zit veel minder vast aan één fabrikant.
Hoe communiceren al die apparaten eigenlijk?
Gelukkig hoef je hier als beginner niet direct diep in te duiken. Maar je zult een paar namen regelmatig tegenkomen.
Wi-Fi
Veel slimme apparaten gebruiken gewoon je Wi-Fi-netwerk. Lekker makkelijk. Je koppelt het apparaat aan je netwerk en klaar.
Voor een paar apparaten is dat prima. Heb je uiteindelijk tientallen sensoren, lampen en schakelaars, dan zijn andere technieken vaak handiger.
Zigbee
Zigbee wordt veel gebruikt voor:
- lampen;
- sensoren;
- slimme stekkers;
- knoppen.
Zigbee-apparaten gebruiken weinig stroom. Een sensor kan daardoor soms jaren op een klein batterijtje werken. Ook bouwen Zigbee-apparaten samen een netwerk op waardoor het bereik groter kan worden.
Thread en Matter
Matter is een relatief nieuwe standaard die probeert het makkelijker te maken om apparaten van verschillende merken samen te laten werken. Thread is een netwerkprotocol dat vaak samen met Matter wordt gebruikt. Je hoeft daar als beginner niet direct alles van te begrijpen.
Het belangrijkste idee is simpel:
apparaten van verschillende merken moeten makkelijker met elkaar kunnen samenwerken.
Wat heb je nodig om te beginnen?
Veel minder dan je waarschijnlijk denkt. Je kunt bijvoorbeeld starten met:
- één slimme lamp;
- één slimme stekker;
- één bewegingssensor.
Meer heb je niet nodig. Wil je iets serieuzer beginnen, dan kun je bijvoorbeeld kiezen voor:
- een systeem zoals Home Assistant, Homey, Google Home of Apple Home;
- een paar slimme lampen;
- enkele bewegingssensoren;
- slimme stekkers;
- deur- of raamsensoren.
Daarmee kun je al verrassend veel automatiseren.
Begin vooral niet met twintig apparaten tegelijk
Dit is misschien wel de belangrijkste tip. Koop niet direct een doos vol slimme apparaten. Begin met één probleem.
Bijvoorbeeld:
"Ik vergeet altijd de lamp in de schuur uit te zetten."
Prima. Plaats daar een bewegingssensor en een slimme lamp. Werkt dat goed?
Dan pak je het volgende probleem. Bijvoorbeeld:
"De ventilator in de badkamer blijft altijd te lang aan."
Plaats een luchtvochtigheidssensor. Daarna misschien:
"Ik wil weten hoeveel stroom mijn wasmachine gebruikt."
Plaats een slimme stekker met energiemeting. Zo groeit je systeem vanzelf mee.
Automatisering is leuker dan afstandsbediening
Een veelgemaakte fout is dat mensen hun huis "slim" maken door alle normale schakelaars te vervangen door een app. Maar eerlijk gezegd: je telefoon pakken, een app openen en op een lamp drukken is meestal omslachtiger dan gewoon een lichtschakelaar gebruiken.
Een goed slim huis probeert juist te voorkomen dat je een app nodig hebt. Het beste slimme huis merk je bijna niet.
- Je loopt een kamer binnen en de verlichting gaat aan.
- Je vertrekt en de verlichting gaat later vanzelf uit.
- Je komt thuis en de verwarming staat goed.
- Je zonnepanelen produceren veel stroom en de wasmachine begint automatisch.
Dat is echte automatisering.
Wat zijn de nadelen?
Een slim huis heeft ook nadelen. En die worden nogal eens vergeten.
Het kost geld
Een sensor hier, een slimme stekker daar… Voor je het weet heb je behoorlijk wat apparaten gekocht. Gelukkig kun je langzaam uitbreiden.
Niet alles werkt automatisch samen
Fabrikanten gebruiken verschillende systemen. Controleer daarom voordat je iets koopt of het apparaat met jouw systeem werkt.
Je netwerk wordt belangrijker
Als je huis steeds slimmer wordt, wordt een betrouwbaar netwerk ook steeds belangrijker. Een slechte Wi-Fi-verbinding kan bijvoorbeeld voor irritante storingen zorgen.
Software verandert
Apps worden aangepast. Fabrikanten stoppen soms met producten. Cloudservices kunnen verdwijnen.
Daarom kiezen veel enthousiastelingen uiteindelijk voor systemen waarbij zoveel mogelijk lokaal in huis blijft werken. Home Assistant is daar bijvoorbeeld sterk in.
Je kunt doorslaan
Dit klinkt grappig, maar het gebeurt echt. Als je drie uur bezig bent met een automatisering zodat je nooit meer één keer per dag op een lichtschakelaar hoeft te drukken, kun je jezelf afvragen hoeveel tijd je precies hebt bespaard. Automatiseren omdat het kan is leuk.
Automatiseren omdat het nuttig is, is nog leuker.
Moet je technisch zijn?
Nee. Maar nieuwsgierigheid helpt wel. Veel systemen zijn tegenwoordig redelijk eenvoudig in te stellen.
Je hoeft dus geen programmeur of elektrotechnicus te zijn. Als je een smartphone kunt instellen, kun je ook beginnen met een slim huis. Wil je uiteindelijk heel uitgebreide automatiseringen maken?
Dan zul je onderweg vanzelf wat meer leren over netwerken, sensoren en automatisering. En juist dat maakt het voor veel mensen een leuke hobby.
Wat is een goede eerste automatisering?
Begin bijvoorbeeld met verlichting. Je hebt nodig:
- een slimme lamp;
- een bewegingssensor;
- eventueel een lichtsensor.
De regel kan heel simpel zijn:
Als er beweging is én het is donker, zet de lamp aan.
Daarna:
Als er vijf minuten geen beweging is, zet de lamp weer uit.
Dat is alles. Maar het voelt meteen alsof je huis een stukje slimmer is geworden.
Daarna begint het meestal te kriebelen
Want zodra één automatisering goed werkt, zie je ineens overal mogelijkheden.
- "Waarom gaat de buitenlamp eigenlijk niet automatisch aan?"
- "Kan mijn verwarming niet lager als niemand thuis is?"
- "Kan ik een melding krijgen als de vriezer te warm wordt?"
- "Kan mijn ventilatie automatisch harder tijdens het douchen?"
- "Kan ik mijn wasmachine laten draaien wanneer de zonnepanelen veel produceren?"
Ja. Waarschijnlijk allemaal. En precies daar wordt een slim huis interessant.
Een slim huis hoeft niet futuristisch te zijn
Je hoeft geen huis te hebben waarin een robotstem je iedere ochtend vertelt wat voor weer het wordt. Een slim huis kan juist heel onopvallend zijn. Een huis waarin:
- lampen alleen branden wanneer dat nodig is;
- verwarming automatisch wordt geregeld;
- energieverbruik zichtbaar wordt;
- apparaten samenwerken;
- je een waarschuwing krijgt wanneer iets niet klopt.
Geen sciencefiction. Gewoon een huis dat iets beter met je meedenkt.
Waar begin je?
Mijn advies voor een beginner:
Begin klein.
Kies één toepassing waarvan je denkt:
"Dat zou eigenlijk automatisch moeten kunnen."
Koop daarvoor één of twee apparaten en probeer het uit. Vind je het leuk? Dan bouw je verder.
En voor je het weet heb je niet meer een verzameling slimme apparaten. Dan heb je een huis dat daadwerkelijk slim reageert op wat jij doet. En dat is uiteindelijk waar domotica om draait:
techniek die werk uit handen neemt in plaats van extra werk veroorzaakt.